Luchtkwaliteit IJmond - meten en berekenen

In de IJmond wordt de luchtkwaliteit bepaald op basis van metingen. De provincie maakt hiervoor gebruik van een meetnet. Naast de metingen door de provincie, monitort ook het Rijk de luchtkwaliteit. Zij doen dat op basis van berekeningen. De uitkomsten hiervan bepalen in hoeverre er sprake is van overschrijding van de Europese normen.

Europese grenswaarden

In 2018 voldeed de IJmond op alle meetpunten aan de Europese wettelijke grenswaarden. Dat blijkt uit de meetgegevens van het meetnet IJmond. De provincie Noord-Holland publiceerde hierover op haar website een datarapport Luchtkwaliteit 2018 IJmond.

De trendanalyse, van 2009 tot en met 2018, laat bovendien voor alle gemeten stoffen een daling zien van de concentraties. Wel geeft het meetnet in 2018 een lichte stijging op de jaargemiddelden voor de concentraties fijnstof (PM10, PM2.5) en stikstofdioxide. Voor IJmondgemeenten een signaal dat de luchtkwaliteit en gezondheid van de inwoners op de agenda moet blijven staan.

Het luchtmeetnet en de meetgegevens geven belangrijke informatie over de luchtkwaliteit. De veelheid aan  industrie en bedrijvigheid in deze regio zorgt aan de ene kant voor een sterke economie en grote werkgelegenheid, maar draagt er ook toe bij dat inwoners gezondheidsklachten en overlast van stof, geur en geluid ervaren. Via de gegevens die het meetnet levert, houden IJmondgemeenten vinger aan de pols voor wat betreft de luchtkwaliteit.

Meten

De provincie Noord-Holland meet in samenwerking met Tata Steel (beheerder van een van de meetpunten) en de Omgevingsdienst IJmond op een zestal locaties in de IJmond de luchtkwaliteit. De metingen worden  uitgevoerd om inzicht te krijgen in de concentratieniveaus van luchtverontreinigende componenten in dit  gebied, het volgen van het trendmatig verloop van het concentratieniveau, het vaststellen van de bijdrage van lokale bronnen aan de luchtverontreiniging en het vergelijken van metingen met luchtkwaliteitsnormen.

Het luchtmeetnet van de provincie Noord-Holland is een aanvulling op het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), dat de provincie niet voldoende detailinformatie verschafte over de regio IJmond.

Extra stoffen

Na een evaluatie in 2016 is door alle betrokken partijen besloten om het meetnet intact te houden. Het intact houden van het huidige meetnet zorgt er ook voor dat de trendontwikkeling van fijnstof op de meetstations kan worden gevolgd. Daarnaast is het aantal soorten stoffen dat gemeten wordt in bewoond gebied uitgebreid. Zo zijn er roetmeters aangeschaft voor de meetstations Kanaaldijk (IJmuiden) en Banjaert (Wijk aan Zee) en is in Beverwijk West zware metalen en PAK’s toegevoegd aan het meetpakket. Provincie Noord-Holland presenteert resultaten van het meetnet via een datarapportage, opgesteld door GGD Amsterdam. Lees verder op de webpagina van provincie Noord-Holland, dossier Luchtkwaliteit.

Rekenen

De minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) stelt jaarlijks in maart de zogenaamde ‘achtergrondkaart' vast. Deze wordt gebaseerd op de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland (GCN) van het RIVM. De in de achtergrondkaart vastgestelde fijnstof-concentraties worden opgenomen in modellen voor het berekenen van luchtkwaliteit en de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Genoemde fijnstof-concentraties worden berekend op basis van metingen van het RIVM, gecombineerd met gerapporteerde emissies van grote bedrijven, emissies van verkeer, consumenten en landbouw en overige emissies. De berekende fijnstof-concentraties zoals vastgelegd in de achtergrondkaart en de GCN hebben op basis van de Wet milieubeheer een formeel juridische status.

Verschillen meten/rekenen

In de diverse rapportages over de luchtkwaliteit in de IJmond die afgelopen jaren zijn verschenen, was er een verschil tussen de berekende concentraties en de daadwerkelijk gemeten concentraties. Dat is inmiddels opgelost. Allereerst is een tweetal extra lokale meetstations geplaatst door de provincie voor het nauwkeuriger kunnen bepalen van de fijnstofbronnen in de regio. Daarnaast is de rekenmethode van het Rijk verfijnd. Op deze manier wordt nu specifieker naar de lokale situatie gekeken en worden berekeningen gemaakt op basis van 250x250 meter, in plaatst van de gebruikelijke 1.000x1.000 meter. Hierdoor ontstaat een genuanceerder beeld en zijn de berekende en de gemeten fijnstofconcentraties meer met elkaar in overeenstemming.