Nul- en eindsituatie bodemonderzoek
Voert u een bedrijfsactiviteit uit waarbij bodembedreigende stoffen kunnen vrijkomen? Dan kunnen regels gelden voor het onderzoeken van de bodem. Een nulonderzoek brengt de bodemkwaliteit vóór de start van een activiteit in beeld. Een eindonderzoek bodem brengt de bodemkwaliteit na beëindiging van de activiteit in beeld. De regels hiervoor staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Of u een nul- of eindonderzoek moet uitvoeren, hangt af van de milieubelastende activiteit.
Nulonderzoek bodem
Een nulonderzoek is bij bodembedreigende activiteiten die onder de algemene regels van het Bal vallen niet verplicht. U kunt er wel vrijwillig voor kiezen om de bodemkwaliteit vóór de start van de activiteit vast te leggen.
Een nulonderzoek kan in uw belang zijn. Het vormt een referentie voor het eindonderzoek. Als uit het eindonderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit is verslechterd, kan met het nulonderzoek worden vastgesteld of sprake is van een verandering ten opzichte van de situatie vóór de activiteit.
Voor bepaalde vergunningplichtige activiteiten is een nulonderzoek wel verplicht. Dit geldt onder meer voor bepaalde IPPC-installaties, Seveso-inrichtingen en andere in de Omgevingsregeling aangewezen activiteiten. In dat geval moet u het rapport bij de aanvraag van de omgevingsvergunning indienen. (Informatiepunt Leefomgeving)
Eindonderzoek bodem
Een eindonderzoek is verplicht als het Bal dit voorschrijft voor de betreffende milieubelastende activiteit. Het onderzoek wordt uitgevoerd na beëindiging van de activiteit, niet automatisch bij beëindiging van het hele bedrijf.
Het eindonderzoek brengt in beeld of de bodembedreigende stoffen die bij de activiteit zijn gebruikt, opgeslagen, geproduceerd of uitgestoten in de bodem zijn terechtgekomen. Het bevoegd gezag beoordeelt de resultaten aan de hand van de beschikbare referentie. Dat kan een eerder uitgevoerd nulonderzoek zijn, maar ook een bodemkwaliteitskaart of een andere in het Bal aangewezen referentie. (Informatiepunt Leefomgeving)
Is de bodem door de activiteit verontreinigd of aangetast? Dan moet degene die de activiteit uitvoert de bodemkwaliteit herstellen volgens de regels van het Bal. Wie vervuilt, moet de bodem herstellen. Lees ook de website vna het Informatiepunt Leefomgeving.
Aan welke eisen moet het onderzoek voldoen?
Voor een eindonderzoek op de landbodem gelden de normen NEN 5725 en NEN 5740. Voor een eindonderzoek in een oppervlaktewaterlichaam gelden NEN 5717 en NEN 5720. Het veldwerk en de analyses moeten worden uitgevoerd door daarvoor erkende bedrijven en laboratoria, voor zover dit voor de betreffende werkzaamheden van toepassing is. Lees ook de website van het Informatiepunt Leefomgeving,
Een bestaand bodemonderzoek kan in sommige situaties als nulonderzoek worden gebruikt. Of een onderzoek daarvoor geschikt is, hangt af van de inhoud, actualiteit en het doel van het onderzoek.
Meer informatie
Wilt u weten of voor uw bedrijfsactiviteit een nul- of eindonderzoek verplicht is? Bekijk dan de regels voor uw specifieke milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
Meer informatie over bodembescherming, nulonderzoek en eindonderzoek vindt u ook op het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO).